Verkorting van de wettelijke alimentatieduur

2014-04-25


1.     “Is het vijf (jaar) voor twaalf (jaar)?”

Op grond van de huidige wetgeving [1] bestaat er een alimentatieverplichting van 12 jaar.[2] Dit betekent in de praktijk dat de alimentatieplichtige na beëindiging van het huwelijk mogelijk nog maximaal 12 jaar (financieel) verbonden blijft aan zijn of haar voormalige partner. De termijn van 12 jaar is gebaseerd op het meest ongunstige scenario, namelijk een huwelijk waarbij een kind geboren wordt op het moment van scheiding.[3] In zo’n geval garandeert de alimentatietermijn van 12 jaar de alimentatiegerechtigde ouder dat hij of zij de zorg voor de kinderen op zich kan nemen tot ze voldoende zelfstandig zijn, en dat hij of zij vervolgens nog voldoende tijd heeft om zich voor te bereiden op een financieel zelfstandig leven, bijvoorbeeld door herintreding op de arbeidsmarkt.

Ondanks de huidige wettelijke alimentatieduur van 12 jaar kan de rechter – op verzoek van één der partijen – de alimentatieduur beperken.

Dit kan hij doen door de alimentatie vanaf een bepaald moment op nul vast te stellen, bijvoorbeeld omdat de alimentatiegerechtigde vanaf dat moment reeds weer in zijn of haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Een dergelijke nihilstelling heeft tot gevolg dat er vanaf dat moment geen verplichting tot alimentatie meer bestaat.

Daarnaast kan de rechter vooraf – in verband met de specifieke omstandigheden van het geval – de alimentatieduur limiteren. De rechter besluit dan dat er in plaats van 12 jaar bijvoorbeeld slechts 7 of 3 jaar alimentatie hoeft te worden betaald. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat bij de beoordeling of het beperken van de alimentatietermijn passend is of niet, een grote rol speelt wat volgens de maatschappelijke opvattingen van de alimentatiegerechtigde gevergd kan worden om weer te herintreden op de arbeidsmarkt.

2.     Verkorting van de wettelijke alimentatieduur

Juist deze maatschappelijke opvattingen spelen een grote rol bij de huidige discussie over de vraag of de wettelijke alimentatieduur moet worden verkort. Zowel in de maatschappij [4] als in de politiek is de tendens dat een alimentatieduur van 12 jaar niet meer van deze tijd is, zeker omdat vrouwen tegenwoordig steeds meer economisch zelfstandig zijn.

3.     Voorstel kamerlid Bontes

Kamerlid Bontes heeft een wetsvoorstel ingediend [5] om de huidige termijn van 12 jaar terug te brengen naar 5 jaar. De Tweede Kamer is het eens met het in het wetsvoorstel neergelegde uitgangspunt, namelijk dat de alimentatieduur moet worden teruggebracht, maar is het niet eens met de uitwerking van het wetsvoorstel. Het grootste bezwaar is dat het wetsvoorstel te weinig oog heeft voor ‘bijzondere’ gevallen, zoals een niet werkende oudere partner bij scheiding. Omdat deze partner tijdens een lang huwelijk vaak niet hebben geparticipeerd in het arbeidsproces zijn ze voor werkgevers onaantrekkelijk (ook in verband met hun hoge leeftijd), en is de kans dus klein dat zij binnen 5 jaar (volledig) in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Ook de Raad van State had op dit punt al kritiek geuit.[6] Het wetsvoorstel van Bontes is dan ook zeer recent verworpen door de Tweede Kamer.[7]

4.     Voorstel kamerleden van der Steur, Recourt en Berndsen

Kamerleden van der Steur, Recourt en Berndsen hebben met betrekking tot inkorting van de alimentatieduur gezamenlijk een initiatiefnota ingediend.[8] Volgens deze initiatiefnota wordt de alimentatieduur eveneens teruggebracht van 12 naar 5 jaar, maar in de nota is voor specifieke gevallen een alternatief opgenomen. Het voorstel zoals in de nota staat luidt als volgt:

     Geen kinderen
     0–3 jaar: geen recht op partneralimentatie
     3-verder: de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar

     Wel kinderen
     Partneralimentatie totdat het jongste kind 12 jaar is en de zorg onevenredig is verdeeld of de
     helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar

     Huwelijken langer dan 15 jaar:
     De helft van het huwelijk met een maximum van 10 jaar als de ontvangende partner      
     gedurende het huwelijk niet aan het arbeidsproces heeft deelgenomen

Volgens de initiatiefnota dient bovendien de grondslag voor partneralimentatie te veranderen. In de bestaande wetgeving wordt ervan uitgegaan dat er door een huwelijk recht op overdracht van welvaart ontstaat. In de initiatiefnota wordt de grondslag voor partneralimentatie gebaseerd op de achterstand op de arbeidsmarkt die is opgelopen door het huwelijk.

5.     Toekomst

Deze initiatiefnota beoogt derhalve maatwerk voor elk specifiek geval. De nota ligt al bijna twee jaar op de plank; er wordt momenteel gewerkt aan een voorstel voor wetswijziging. De verwachting is dat een wetswijziging als voorgesteld in de nota, succesvol door de Tweede Kamer zal worden geloodst. Op korte termijn wordt meer duidelijkheid verwacht over een eventuele wetswijziging.

Volg Laus Advocaten c.s. ook op Twitter (@LausAdvocaten) om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van de partneralimentatie.

 

Mr. J. den Dikken



[1] Tot 1994 kon de alimentatieverplichting levenslang duren!
[2] Artikel 1:157 lid 4 BW
[3] Artikel 1:157 lid 6 BW kent een uitzondering voor een kort kinderloos huwelijk
[4] Uit onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de Vereniging van Familierecht Advocaten blijkt dat ongeveer driekwart van de Nederlandse bevolking de huidige termijn van 12 jaar te lang vindt.
[5] Wetsvoorstel Bontes
[6] Advies Raad van State
[7] http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/stemmingsuitslagen/detail.jsp?id=2014P06110
[8] Initiatiefnota van der Steur, Recourt en Berndsen

 


«Terug