Geldt recht om vergeten te worden ook voor strafrechtelijk veroordeelden?

2014-09-19


1.     Recht om vergeten te worden

Sinds 13 mei 2014 bestaat er voor EU burgers het recht om vergeten te worden. In het arrest Google Spanje – AEPD en Mario Costeja Gonzalez heeft het Europese Hof van Justitie bepaald dat zoekmachines resultaten die niet meer relevant zijn of schadelijk zijn voor de betreffende persoon in sommige gevallen op hun verzoek verwijderd moeten worden.

In de betreffende zaak was op Google een krantenartikel uit 1998 te vinden, waaruit bleek dat Mario Costeja Gonzalez destijds in de schulden zat. Volgens Gonzalez was deze informatie anno 2014 niet langer relevant en ondervond hij er ernstige reputatieschade van.

Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat de krantenpublicatie toentertijd op zichzelf rechtmatig was, maar dat Google toch kan worden gedwongen om de informatie uit de zoekresultaten te verwijderen. Zoekmachines kunnen immers middels zoekresultaten informatie in kaart brengen die normaliter zeer lastig met elkaar in verband te brengen zijn; dat kan in strijd zijn met het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens, aldus het Hof.

Na het arrest van het Europese Hof van Justitie worden Google [1] en andere zoekmachines overladen met verzoeken om bepaalde informatie te verwijderen. Het is echter niet geheel duidelijk of  en op welke manier Google en andere zoekmachines invulling geven aan dergelijke verzoeken. Nader op te stellen Europese regelgeving moet aan deze onduidelijkheid een einde maken. Hoewel de persoon in eerste instantie zelf een verzoek moet indien bij een zoekmachine, kan een nationale rechter, nadat het verzoek geweigerd is, ingrijpen en de zoekmachine alsnog verplichten om de informatie te verwijderen. Uiteindelijk heeft de nationale rechter hier dus het laatste woord in.

Tot eind juli zijn er 91.000 verzoeken binnen gekomen, alleen al bij Google. In 31 procent van de gevallen werd een verzoek tot verwijdering door Google geweigerd.

Hoewel in sommige gevallen het recht bestaat om vergeten te worden, is het onduidelijk wanneer Google of een andere zoekmachine kan worden verplicht om informatie ook daadwerkelijk te verwijderen. Op 19 september 2014 heeft de Rechtbank Amsterdam voor het eerst uitspraak gedaan in een verzoek van een Nederlander aan Google om bepaalde informatie over hem te verwijderen.

2.      “Irrelevant, buitensporig of onnodig diffamerend?”

In de zaak die door de rechtbank Amsterdam beoordeeld diende te worden, ging het om een strafrechtelijk veroordeelde man, die wilde dat Google verschillende links zou verwijderen die verwijzen naar websites waarop informatie staat over zijn veroordeling.

De rechtbank stelt voorop dat de man daadwerkelijk veroordeeld:

“4.10.Voorts dient bij de beoordeling van de vorderingen tot verwijdering van eiser onwelgevallige zoekresultaten voorop te worden gesteld dat in dit kort geding ervan dient te worden uitgegaan dat eiser in 2012 is veroordeeld voor poging tot uitlokking van een huurmoord. Dat eiser tegen dat vonnis hoger beroep heeft ingesteld, doet daaraan niet af. Eiser heeft tegen het veroordelend vonnis overigens ook niets ingebracht in dit kort geding.”

Vervolgens gaat de rechtbank in op de vraag of de betreffende links daadwerkelijk door Google verwijderd dienen te worden:

“4.11.Aangenomen moet dus worden dat eiser recentelijk een ernstig strafbaar feit heeft
gepleegd. Dat heeft tot veel publiciteit aanleiding gegeven, onder meer een televisie-uitzending, diverse perspublicaties en een op de gebeurtenissen gebaseerd, deels fictief, boek. Thans heeft eiser de gevolgen van zijn eigen handelen te dragen. Het plegen van een misdrijf heeft nu eenmaal tot gevolg dat men op zeer negatieve wijze in het nieuws kan komen en dit laat ook op het internet – mogelijk zelfs zeer langdurig – zijn sporen na. Het Costeja-arrest beoogt personen niet te beschermen tegen alle negatieve berichten op internet, maar alleen tegen het langdurig ‘achtervolgd worden’ door berichten die ‘irrelevant’, ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn. 

De veroordeling voor een ernstig misdrijf zoals het onderhavige en de negatieve publiciteit als gevolg daarvan zijn in het algemeen blijvend relevante informatie over een persoon. De
negatieve kwalificaties die daarbij kunnen voorkomen zullen slechts in zeer uitzonderlijke
gevallen ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn. Gedacht zou kunnen worden aan de situatie dat het gepleegde feit zonder duidelijke aanleiding opnieuw aan de orde wordt gesteld met kennelijk geen ander doel dan de betrokkene te schaden of de situatie dat niet zozeer van zakelijke berichtgeving sprake is, maar van een ‘scheldpartij’. Ten aanzien van de zoekresultaten die eiser verwijderd wil zien is in de dagvaarding in het geheel niet onderbouwd (behalve met de in 4.9 reeds weerlegde argumenten) waarom deze ‘irrelevant’, dan wel ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zouden zijn.”

De rechtbank stelt dus voorop dat bij een ernstig misdrijf de als gevolg daarvan in de media verschenen publiciteit juist als relevante informatie over de betreffende persoon heeft te gelden. Dat de informatie het gevolg is van het strafbare handelen van de veroordeelde, dient volgens de rechtbank voor rekening te komen van degene die het  feit begaat. In een dergelijk geval kan men niet enkel met verwijzing naar het arrest  Google Spanje – AEPD en Mario Costeja Gonzalez eisen dat de zoekresultaten wordt verwijderd.

Nu is uitgesloten dat bij een ernstig misdrijf sprake is van ‘irrelevante’ informatie, resteren er nog twee escape routes: er kan immers nog worden betoogd dat de informatie ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ is. Nu dit door de veroordeelde in de procedure echter niet nader is onderbouwd – de hoofdregel  [2] in Nederland is ‘wie stelt, die bewijst’ – behoeft de rechter op deze ongefundeerde stelling niet nader in te gaan.

Tenslotte benadrukt de rechtbank dat er geen algemene norm is die het verwijderen c.q. anonimiseren van bepaalde informatie verplicht stelt:

“Verder gaat eiser er kennelijk vanuit dat er een afdwingbare norm is die journalisten – en daarmee volgens eiser kennelijk ook zoekmachines als Google Search – onder alle omstandigheden verplicht tot het anonimiseren van een verdachte of veroordeelde van een strafbaar feit. Een dergelijke afdwingbare norm bestaat echter niet.”

3.     Conclusie

Hoewel de nadere uitwerking van ‘het recht om vergeten te worden’ in de toekomst nog nader zal worden uitgewerkt, geeft het vonnis van de rechtbank Amsterdam in ieder duidelijkheid hoe om dient te worden gegaan met verzoeken door strafrechtelijk veroordeelden.

De voorlopige conclusie is dat de rechter in het geval van strafrechtelijk veroordeelden  hoge eisen stelt aan een verzoek tot verwijdering. De strafrechtelijk veroordeelde dient deugdelijk en uitvoerig te motiveren dat de informatie “irrelevant”, “buitensporig” of “onnodig diffamerend” is. Doet hij dit niet (zoals hier het geval was) of slaagt hij niet in de bewijslast, dan is de zoekmachine, ondanks het arrest Google Spanje – AEPD en Mario Costeja Gonzalez, niet verplicht om de zoekresultaten te verwijderen.

Het vonnis van de rechtbank Amsterdam vindt U hier

Mr. J. den Dikken



[1] Interessant detail is dat het Europees Hof van Justitie oordeelde dat Google zich aan de Europese regels moet houden, aangezien het tevens Europese vestigingen heeft (in de zaak ging het om Google Spanje). Google kan zich dus niet verweren door zich te beroepen op het recht van de Verenigde Staten.

[2]  Artikel 150 Rv.


«Terug