Over de stilzwijgende zuivere aanvaarding van de nalatenschap

2015-06-15


1. Wat te doen met een nalatenschap?

De meeste mensen leggen bij leven vast wat er na hun overlijden met de nalatenschap dient te gebeuren. Wanneer blijkt dat je in een dergelijke uiterste wilsbeschikking door de erflater als erfgenaam bent aangewezen, heb je blijkens artikel 190 van boek 4 van het Burgerlijk Wetboek de mogelijkheid om de nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen. Een eenmaal gedane keuze is onherroepelijk en de keuze kan evenmin worden vernietigd.[1]

Wordt een nalatenschap aanvaard, dan dient er onderscheid te worden gemaakt tussen de zuivere aanvaarding en de beneficiaire aanvaarding. Bij zuivere aanvaarding [2] treedt de erfgenaam als het ware in de plaats van de erflater: niet alleen wordt je dan (samen met eventuele overige erfgenamen) eigenaar van de bezittingen, maar ook de schulden van de erflater gaan op je over. Bij beneficiaire aanvaarding [3] – ook wel de ‘aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving’ genoemd – wordt de nalatenschap aanvaard indien er sprake is van een positief saldo: dat wil zeggen dat pas wordt aanvaard als de bezittingen van de erflater groter zijn dan zijn of haar schulden. Bij beneficiaire aanvaarding kunnen de schuldeisers van de erflater je niet aanspreken voor openstaande schulden van de erflater. Daar staat tegenover dat de nalatenschap eerst vereffend [4] moet worden: alle bezittingen dienen te gelde gemaakt te worden en vervolgens dienen de openstaande schulden van de erflater te worden voldaan. Indien vervolgens nog een positief saldo resteert, ontvangen de erfgenamen daar hun deel van.

2. Stilzwijgende zuivere aanvaarding

De keuze voor een aanvaarding dan wel verwerping dient men te maken door het afleggen van een daartoe strekkende verklaring ter griffie van de rechtbank van het sterfhuis.[5] Zuivere aanvaarding van een nalatenschap kan naast de hiervoor omschreven uitdrukkelijk wijze[6], ook stilzwijgend geschieden. Stilzwijgende (zuivere) aanvaarding vindt plaats wanneer een erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard, tenzij hij zijn keuze eerder gemaakt heeft.[7]

Het is mogelijk dat uit de gedragingen van een erfgenaam – ongeacht of de erfgenaam zich bewust is van zijn gedragingen – volgt dat deze erfgenaam moet worden geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard. Het (ongewenste) gevolg daarvan is evenwel dat de betreffende erfgenaam, zonder dat hij hier ooit de intentie toe heeft gehad, kan worden aangesproken voor de schulden van de erflater.

Een lastig te beantwoorden vraag is wanneer nu daadwerkelijk sprake is van een stilzwijgende zuivere aanvaarding. Uit de Parlementaire Geschiedenis volgt dat van zuivere aanvaarding geen sprake is indien een erfgenaam daden van beheer verricht. Van zuivere aanvaarding is wél sprake indien de erfgenaam als ‘heer en meester’ over de goederen van de nalatenschap beschikt.[8] Of er in een specifiek geval sprake is van een stilzwijgende zuivere aanvaarding hangt af van de omstandigheden van het geval, aldus de Hoge Raad.[9]

3. Betalen maaltijd stilzwijgende zuivere aanvaarding?

De Hoge Raad heeft op 22 mei 2015 als hoogste rechterlijke instantie haar oordeel gegeven in een opvallende zaak, die eerder al bij de rechtbank en het gerechtshof aan de orde was gekomen. De casus was kort samengevat als volgt.

Erflaatster overlijdt op 9 maart 2008. Er zijn twee erfgenamen. Zij besluiten om ’s avonds samen, in aanwezigheid van hun beide partners, een maaltijd te nuttigen. De rekening van deze maaltijd (€ 119,--) wordt door ‘erfgenaam 1’ voldaan met de pinpas van erflaatster: deze pinpas was gekoppeld aan een rekening waarvan zowel erflaatster als erfgenaam 1 rekeninghouder waren. Op 8 april 2008 hebben beide erfgenamen de nalatenschap beneficiair aanvaard. De nalatenschap blijkt vervolgens een negatief saldo te bevatten.

Vervolgens worden de erfgenamen door een schuldeiser van erflaatster aangesproken voor een bedrag van € 11.072,80. De betreffende schuldeiser stelt zich op het standpunt dat zijn vordering moet worden voldaan door de erfgenamen. Er is volgens de schuldeiser sprake van een stilzwijgende zuivere aanvaarding door beide erfgenamen, nu zij de hiervoor bedoelde maaltijd ten laste van de nalatenschap hebben gebracht.

In eerste aanleg oordeelt de kantonrechter dat uit die handeling echter niet kan worden afgeleid dat de erfgenamen de nalatenschap ondubbelzinnig en zonder voorbehoud zouden hebben aanvaard. De vordering van de schuldeiser wordt afgewezen. Er volgt hoger beroep. Het gerechtshof komt in haar arrest tot een ander oordeel dan de kantonrechter:

“12. Naar het oordeel van het hof kan het gezamenlijk eten van geïntimeerden (lees: erfgenamen) bij gelegenheid van de voorbereiding van de uitvaart van erflaatster niet worden aangemerkt als een daad van beheer. Niet valt in te zien dat het gezamenlijk eten met hun partners kan worden aangemerkt als een beheershandeling ten behoeve van de nalatenschap. Hoe gering het bedrag ook in hun ogen is, zij hebben gelden van de nalatenschap echter wel verbruikt ten eigen behoeve en er aldus als heer en meester over beschikt. […] Geïntimeerden beroepen zich op een nadien op 8 april 2008 gedane beneficiaire aanvaarding, maar toen hadden zij al – zonder dat er sprake was van beheershandelingen – beschikt over nalatenschapsgelden ten eigen behoeve.

13. Naar het oordeel van het hof hebben geïntimeerden de nalatenschap van erflaatster door hun gedragingen zuiver aanvaard.”

In tegenstelling tot de kantonrechter wijst het gerechtshof de vorderingen van de schuldeiser toe. De erfgenamen laten het er niet bij zitten en stappen naar de Hoge Raad. De vraag die de Hoge Raad dient te beoordelen is of het betalen van de betreffende maaltijd in de gegeven omstandigheden kon worden gezien als een stilzwijgende zuivere aanvaarding in de zin van artikel 4:192 lid 1 BW. De Hoge Raad overweegt het volgende:

3.4.3. Art. 1095 (oud) BW rekende tot de handelingen waaruit geen stilzwijgende (zuivere) aanvaarding van de nalatenschap mag worden afgeleid “al hetgeen tot de begrafenis betrekking heeft”. Het oordeel van het hof dat deze regel onder het huidige art. 4:192 lid 1 BW zijn gelding heeft behouden, is juist. Immers, handelingen die erop zijn gericht de erflater een passende uitvaart te bezorgen, strekken naar hun aard niet ertoe ten eigen bate over nalatenschapsgoederen te beschikken. Uit de omstandigheid dat een erfgenaam tot dat doel in redelijkheid gemaakte kosten ten laste van de nalatenschap laat komen, kan dan ook niet diens bedoeling worden afgeleid de nalatenschap zuiver te aanvaarden.

3.5 Uitgaande van het voorgaande klaagt onderdeel 1.1 terecht over het oordeel van het hof. Tot de handelingen die erop zijn gericht de erflater een passende uitvaart te bezorgen, kan een overleg op de sterfdag als hier aan de orde worden gerekend. Het maken van redelijke kosten daarvoor ten laste van de nalatenschap kan dan niet worden aangemerkt als een daad van aanvaarding. De kosten van een maaltijd als de onderhavige kunnen onder omstandigheden tot zodanige kosten worden gerekend. De hiervoor in 3.3 onder (ii)-(iv) genoemde omstandigheden – van de juistheid waarvan in cassatie moet worden uitgegaan – rechtvaardigen zonder meer dat die kosten van de onderhavige eenvoudige maaltijd worden gerekend tot de kosten voor de uitvaart. In het licht van die omstandigheden is het oordeel van het hof dan ook onjuist.”

De Hoge Raad overweegt dat – net als onder het oude recht – uit handelingen die betrekking hebben op de begrafenis, niet mag worden afgeleid dat de nalatenschap stilzwijgend zuiver is aanvaard. Een overleg op de dag van overlijden met een daar aan gekoppelde eenvoudige maaltijd kwalificeren volgens de Hoge Raad als handelingen die erop zijn gericht om de erflater een passende uitvaart te bezorgen. De kosten daarvan mogen derhalve ten laste van de nalatenschap worden gebracht, zonder dat dit een stilzwijgende zuivere aanvaarding van de nalatenschap impliceert.

De Hoge Raad besluit in haar arrest om het arrest van gerechtshof te vernietigen en om het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg te bekrachtigen. De vordering van de schuldeiser jegens de erfgenamen is daarmee definitief afgewezen.

4. Conclusie

Mijns inziens valt de uitspraak van de Hoge Raad toe te juichen. De uitspraak van het gerechtshof – waarin de erfgenamen werden veroordeeld tot betaling van € 11.072,80 – voelde wat mij betreft onrechtvaardig aan, zeker nu hoogte van de veroordeling in geen verhouding stond tot de door de erfgenamen verrichte betaling ad € 119,00.

Ook na deze uitspraak dienen erfgenamen echter goed bedacht te zijn op de mogelijkheid dat uit hun handelingen een stilzwijgende zuivere aanvaarding wordt afgeleid. Rechters beoordelen immers elke zaak aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval. Bij de ene handeling nemen rechters wel aan dat sprake is van een stilzwijgende zuivere aanvaarding, terwijl bij een andere handeling dit oordeel weer volstrekt anders kan zijn.[10]

Het is dan ook juist bij een overlijden – waarbij de emoties vaak de overhand nemen – van belang dat erfgenamen niet zomaar handelingen verrichten aangaande de nalatenschap. Aan te raden valt om ‘op safe’ te spelen. Voor je het weet heb je naast de emotionele pijn van het verlies ook de ongewenste financiële pijn van een zuiver aanvaarde nalatenschap.

Mr. J. den Dikken


[1] Art. 4:190 lid 4 BW
[2] Art. 4:192 BW
[3] Art. 4:195 BW
[4] Art. 4:202 BW e.v.
[5] Voorbeeld: als de erflater te Haarlem overlijdt, dan moet de verklaring van aanvaarding of verwerping worden afgelegd ter griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
[6] Art. 4:191 lid 1
[7] Hoge Raad, 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1489 en artikel 4:192 lid 1 BW
[8] Memorie van Antwoord II bij artikel 4:192 BW, Parl. Gesch. Vaststellingswet Boek 4 BW, p. 933-934
[9] Hoge Raad, 26 april 1968, NJ 1969, 322
[10] De Procureur Generaal bij de Hoge Raad geeft in zijn conclusie bij Hoge Raad, 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1489 aan welke handelingen al dan niet kunnen bijdragen aan het oordeel dat sprake is van stilzwijgende zuivere aanvaarding 


«Terug