Wet Werk en Zekerheid: aanzegplicht per 1 januari 2015

2015-08-17


1. Aanzegplicht

Met ingang van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is er op arbeidsrechtelijk gebied een hoop veranderd. Eerder schreef ik een artikel over de nieuwe regels voor het concurrentiebeding in arbeidsovereenkomsten. Sinds 1 januari 2015 is er sprake van een aanzegplicht. Deze verplichting, die zijn oorsprong vindt in artikel 7:668 lid 1 BW, houdt in dat een werkgever verplicht is om – uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt – de werknemer schriftelijk te informeren over het al dan niet voortzetten ervan.

Op het niet voldoen aan deze aanzegplicht heeft de wet middels artikel 7:668 lid 3 BW een sanctie gesteld. Indien de werkgever niet tijdig voldoet aan haar aanzegplicht, is zij een vergoeding naar rato verschuldigd aan de werknemer (hoe ‘groter’ het verzuim is, hoe hoger de vergoeding). Indien de werkgever in het geheel niet heeft voldaan aan de aanzegplicht, dan heeft de werknemer recht op uitbetaling van een maandsalaris.[1]

Zeker met grote wetswijzigingen zoals de WWZ blijkt dat nieuwe verplichtingen nog wel eens ‘vergeten’ worden. Hoewel eenieder in Nederland geacht wordt de wet te kennen, blijken niet alle werkgevers even goed op de hoogte te zijn van de sinds 1 januari van dit jaar geldende wijzigingen en verplichtingen.

2. Vonnis kantonrechter Noord-Nederland

Dit bleek ook recent in een procedure bij de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland.[2] De casus was als volgt. Aydin Market B.V. en werkneemster waren een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overeengekomen. Werkneemster trad bij kapperszaak Aydin in dienst als hairstyliste.

Tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst, heeft kapperszaak Aydin aan werkneemster medegedeeld dat de kapperszaak zou worden overgenomen door X, en dat zij (werkneemster) derhalve per 15 oktober 2014 niet meer in dienst zou zijn bij Aydin. Werkneemster heeft vervolgens haar werkzaamheden in dienst van X voortgezet.

Op 28 februari 2015 eindigt van rechtswege voor werkneemster haar arbeidsovereenkomst. Noch Aydin, noch X hebben hier aan voorafgaand enige aanzegging verricht. Derhalve besluit werkneemster bij zowel Aydin als bij X een maand loon te vorderen, zulks op grond van artikel 7:668 BW.

De kantonrechter stelt, onder verwijzing naar artikel 7:668 BW, vast dat noch door Aydin, noch door X aan de aanzegplicht jegens werkneemster is voldaan.[3] Nu de vordering van werkneemster ook overeenkomstig artikel 7:686a lid 4 BW binnen 2 maanden na het eindigen van de arbeidsovereenkomst is ingediend, overweegt de kantonrechter dat werkneemster recht heeft op één maand loon.

De laatste vraag waar de kantonrechter zich voor gesteld ziet, is of de vergoeding moet worden voldaan door Aydin of door X.

“De kantonrechter oordeelt dat X als werkgever van [a] moet worden beschouwd. Daartoe wordt overwogen dat op grond van de feitelijke gang van zaken zoals voldoende onderbouwd gesteld door [a] - waaronder de overdracht van het gebouw, de inventaris, de klantenkring, het personeel en de in de onderneming verrichte activiteiten - de conclusie gerechtvaardigd is dat sprake is van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662, lid 2 BW, waarbij de onderneming vanaf 15 oktober 2014 door X is voortgezet. Dientengevolge zijn op grond van artikel 7:663 BW de rechten en verplichtingen die op het moment van overgang van de onderneming voor Aydin Market voortvloeiden uit de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen Aydin Market en [a] van rechtswege overgegaan op X.”

Aan de hand van de gestelde omstandigheden oordeelde de kantonrechter dat X als werkgever had te gelden. X had de kapperszaak – weliswaar onder een andere naam – voortgezet in hetzelfde pand, met dezelfde klandizie etc., zodat sprake was van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 lid 2 BW. Derhalve waren op grond van artikel 7:663 BW ook de verplichtingen van Aydin – waaronder de inmiddels ingevoerde aanzegplicht ! –  overgegaan op X.

3. Conclusie

X kon zich niet verschuilen achter het feit dat niet zij, maar Aydin de arbeidsovereenkomst met werkneemster had gesloten. Nu er sprake was van overgang van onderneming, zijn alle verplichtingen van Aydin overgegaan op X. Het behoorde aldus ook tot de verantwoordelijkheid van X om aan haar aanzegplicht jegens werkneemster te voldoen.

Voor werkgevers is het dus van belang om tijdig, dat wil zeggen uiterlijk 1 maand voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst, te voldoen aan de aanzegplicht. Bij overgang van onderneming dienen de betrokken partijen helemaal scherp op te letten, zoals volgt uit het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Mr. J. den Dikken
 

P.S. Inmiddels heeft de rechtbank Amsterdam [4] bepaald dat ook aan de aanzegverplichting voldaan kan worden middels het versturen van een WhatsApp bericht.

 

[1] Het al dan niet voldoen aan de aanzegplicht, doet niets af aan het eindigen van de arbeidsovereenkomst
[2] Rechtbank Noord-Nederland, 13 mei 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:2325
[3] De kantonrechter stelt weliswaar vast dat de vordering van eiseres (werkneemster) ten onrechte bij verzoekschrift is ingediend (deze regeling geldt pas sinds 1 juli 2015, waardoor in feite de vordering middels dagvaarding had moeten worden aangebracht) maar de kantonrechter overwoog dat geen der partijen hierdoor in het processuele belang was geschaad: de vordering van eiseres werd dus ‘gewoon’ door de kantonrechter beoordeeld.
[4] Rechtbank Amsterdam, 10 juni 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:3968


«Terug