De invloed van Facebook op de alimentatieverplichting

2015-09-14


1. Alimentatie en Facebook

Alimentatie en Facebook. Op het eerste gezicht geen onderwerpen die nauw verband met elkaar houden. In de steeds verder digitaliserende samenleving speelt sociale media – waaronder Facebook – echter steeds vaker een rol bij de beoordeling van juridische vraagstukken [1]; zo ook de vraag of een ex-echtgenoot nog wel recht heeft op alimentatie.

2. Artikel 1:160 BW

De wet biedt een aantal mogelijkheden om tot beëindiging van een alimentatieverplichting te komen. Zo stelt artikel 160 van het eerste boek van het Burgerlijk Wetboek:

“Een verplichting van een gewezen echtgenoot om uit hoofde van echtscheiding levensonderhoud te verschaffen aan de wederpartij, eindigt wanneer deze opnieuw in het huwelijk treedt, een geregistreerd partnerschap aangaat dan wel is gaan samenleven met een ander als waren zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registreren.”

Anders gezegd houdt dit artikel in dat wanneer een ex-echtgenoot hertrouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat met een nieuwe partner, de alimentatieplicht voor de alimentatieplichtige eindigt. Daarbij wordt aan hertrouwen gelijkgesteld de situatie dat de ex-echtgenoot met zijn / haar nieuwe partner is gaan samenleven alsof zij getrouwd zijn.

In de praktijk wordt over artikel 1:160 BW veelvuldig geprocedeerd. Daarbij is vaak niet aan de orde de vraag of iemand daadwerkelijk opnieuw getrouwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan – dat is immers eenvoudig na te trekken – maar veelal gaat het om de vraag of sprake is van ‘samenwonen als waren zij gehuwd’. Of van het laatste sprake is, is veelal een vraag die door de rechter beantwoord dient te worden.

Inmiddels is in de jurisprudentie een vijftal criteria ontwikkelt waaraan voldaan moet worden, wil de rechter aannemen dat sprake is van ‘samenwoning als waren zij gehuwd’. De rechtbank Limburg vatte deze vijf criteria in 2013 als volgt samen:

“Om te kunnen concluderen dat de vrouw met [X] samenwoont als waren zij gehuwd dient te worden vastgesteld dat sprake is van een tot volledige lotsverbondenheid leidende levensgemeenschap, welke het kenmerk is van een normale huwelijksverhouding. Hiertoe is volgens vaste jurisprudentie vereist dat is voldaan aan de volgende criteria: (1) een affectieve relatie die (2) duurzaam is, (3) samenwoning, (4) het voeren van een gemeenschappelijke huishouding en (5) het wederzijds verzorgen door de partners.” [2]

Omdat het eindigen van de alimentatieverplichting verstrekkende gevolgen heeft voor het leven van degene die alimentatie ontvangt, rust er een zware bewijslast op degene die zich beroept op artikel 1:160 BW. Om de rechter er van te overtuigen dat er sprake is van ‘samenwonen als waren zij gehuwd’ wordt niet zelden een observatiebureau ingehuurd om de betreffende persoon (soms maandenlang) te volgen.

3. Uitspraken Gerechshof ’s-Hertogenbosch en Gerechtshof Amsterdam

Nu terug naar de titel van dit artikel. Wat heeft Facebook te maken met de alimentatieverplichting? In maart 2015 moest het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, mede aan de hand van een Facebook bericht, oordelen of sprake was van hertrouwen, althans ‘samenwoning als waren zij gehuwd’.

In deze casus had de vrouw haar Facebook status aangepast naar ‘gehuwd’. Haar ex-echtgenoot maakte hieruit op dat de vrouw daadwerkelijk opnieuw gehuwd was, hetgeen overeenkomstig artikel 1:160 BW zou betekenen dat hij niet langer verplicht zou zijn om alimentatie aan de vrouw te voldoen. De vrouw erkende weliswaar dat zij haar Facebook status had gewijzigd naar ‘gehuwd’ maar zij gaf aan dat zij niet daadwerkelijk gehuwd was. De reden dat de vrouw haar Facebook status in ‘gehuwd’ had gewijzigd, was dat zij daarmee andere (opdringerige) mannen op het internet een halt wilde toeroepen. Het hof oordeelde dat op voorhand onvoldoende was komen vast te staan dat de vrouw opnieuw gehuwd was. Het enkele feit dat de vrouw haar Facebook status had veranderd in ‘gehuwd’ was daartoe – mede gelet op haar uitvoerige en onderbouwde verweer – niet voldoende. In deze zaak kwam de vrouw vooralsnog [3] weg met haar ongelukkige Facebook bericht.

Het gerechthof Amsterdam kwam echter in juli 2015 in een andere zaak tot een geheel ander oordeel. Hier was de casus als volgt. De man had een verzoek bij de rechtbank gedaan tot vaststelling van het einde van de alimentatieverplichting ex artikel 1:160 BW. Dit verzoek was door de rechtbank afgewezen. De man ging in hoger beroep en legde daarbij ter onderbouwing van zijn verzoek een groot aantal Facebook berichten van de vrouw over:

“Lekker vroeg uit de veren, brood smeren voor [voornaam x] daarna uit met de hondjes. Dan ga ik toch nog eventjes op de bank een beetje doezelen waarna ik de dagelijkse huishoudelijke taken verricht. Aan het einde van de ochtend ga ik ff heerlijk onder de zonnebank, die ik zo ontzettend lief van mijn allerliefste [voornaam x] heb gekregen en vanmiddag ga ik nog even naar de kapper voor een color checkup.”
“Heerlijk om mijn engeltje zo blij te zien met haar nieuwe fiets die ze van papa [voornaam x]  heeft gekregen”
"Ik vind het fantastisch om hem te verwennen en voor hem te koken. Hij is altijd  zo dankbaar en lief. Ik vind dat hij het verdient, want hij heeft me er echt doorheen gesleept  de afgelopen weken en hij zorgt nu nog 24/7 voor me. Ik mag en kan nog weinig, dus ik ben  erg blij met mijn lieve [voornaam x] .
“Vanmorgen kwam mijn Allerliefste [voornaam x] thuis met een mega bos roze rozen."
[voornaam x] en ik hebben vandaag onze outfits voor carnaval aangeschaft, dikke pret hadden we natuurlijk! (…) We zijn intens gezegend, we hebben twee prachtige kinderen [naam dochter] en [de minderjarige] (ook al zie we [de minderjarige] niet vaak in ons hart is hij bij ons) Voor mijn gevoel is [voornaam x] de echte vader van mijn kinderen, want hij  voedt ze op en geeft ze de liefde alsof het zijn eigen vlees en bloed is en daar ben ik heel  erg blij mee. Dankjewel lieve [voornaam x] , dat je zo goed zorgt voor mij en de kinderen,  ik hou van jou! We hebben twee sjnupkes van hondjes. We hebben mega lieve ouders/schoonouders en we hebben elkaar niet te vergeten. Mijn leven is helemaal compleet, ik heb alles wat mijn hartje begeert. 2015 wordt voor ons een fenomenaal jaar, dat weet ik zeker!”

Het gerechtshof diende vervolgens aan de hand van deze berichten te beoordelen of sprake was van ‘samenwonen als waren zij gehuwd’ in de zin van artikel 1:160 BW. Eerst overwoog het hof dat niet ter discussie staat de vrouw een duurzame affectieve relatie heeft met haar partner en bij de man woont. Vervolgens kwam het gerechtshof tot de volgende overweging:

“Naar het oordeel van het hof vormen de bovenstaande berichten, in onderlinge samenhang bezien en tevens bezien tegen de achtergrond dat de vrouw en [x] een duurzame affectieve relatie hebben en in dezelfde woning wonen, voldoende aanwijzing dat zij samenwoont met [x] als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW. Uit de berichten blijkt dat de vrouw ’s morgens brood smeert voor [x] en voor hem kookt. Ter zitting heeft de vrouw desgevraagd verklaard dat de woning over één keuken beschikt. Verder blijkt uit de berichten dat de vrouw huishoudelijke taken verricht en samen met [x] twee honden heeft, die zij uitlaat. [x] zorgt volgens de vrouw niet alleen goed voor haar, maar ook voor haar beide kinderen, die hij mede opvoedt. Hij koopt een zonnebank en rozen voor de vrouw, en een fiets voor haar dochter [naam dochter] , aldus de berichten. Dit alles rechtvaardigt naar het oordeel van het hof de conclusie dat tussen de vrouw en [x] sprake is van een duurzame affectieve relatie die meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. De vrouw heeft onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die deze conclusie weerleggen en daarmee de stelling van de man onvoldoende gemotiveerd betwist. De verwijzing naar haar gezondheidssituatie volstaat niet. Verder staat de omstandigheid dat de vrouw met [x] een huurovereenkomst heeft gesloten en hem huur betaalt er niet aan in de weg dat zij met hem samenwoont als ware zij met hem gehuwd. Uit die omstandigheid kan immers evenzeer worden afgeleid dat de vrouw en [x] de kosten van de woning samen delen. Nu aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 1:160 BW is voldaan, is de verplichting van de man tot het verstrekken van levensonderhoud van de vrouw geëindigd, en wel met ingang van 1 juli 2014, de datum waarop de vrouw volgens de huurovereenkomst op hetzelfde adres woont als [x] .”

Kortom, in deze casus oordeelde het gerechtshof (enkel) aan de hand van de door de man overgelegde Facebook berichten dat er sprake is van ‘samenwoning als waren zij gehuwd’ en dat er dus een eind is gekomen aan de alimentatieverplichting van de ex-echtgenoot van de vrouw. Het eind van de alimentatieverplichting werd met terugwerkende kracht vastgesteld, vanaf het moment dat onbetwist vaststond dat de vrouw bij haar nieuwe partner woonde.

4. Conclusie:

Uit het arrest van het gerechtshof Amsterdam volgt dat niet langer straffeloos alles op Facebook kan worden gezet. Inmiddels zijn ook rechters zover dat aan de hand van Facebook berichten alimentatieverplichtingen worden beëindigd. Een aantal goedbedoelde Facebook berichten kan je dus je recht op alimentatie kosten.

Voor hen die alimentatie ontvangen is het dus raadzaam om eerst twee keer na te denken voor je iets op Facebook plaatst, voor hen die alimentatie betalen kan Facebook een nuttige bron van bewijs zijn in eventuele procedures.

Mr. J. den Dikken

 


[1] Eerder schreef ik over LinkedIn en het relatiebeding in overeenkomsten
[2] Rechtbank Limburg, 24 juli 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:4625
[3] De man werd door het gerechshof nog wel in de gelegenheid gesteld om middels het horen van getuigen aan te tonen dat de vrouw wel daadwerkelijk was gehuwd.


«Terug