Wraking van rechters

2016-02-17


1.            "De rechter die zijn eigen vlees keurt"

“kinderrechter: ik stel vast dat u hier met opgerolde mouwen verschijnt met een tattoo op uw onderarm (de griffier neemt waar de tattoo ACAB [1] op de onderarm van [verzoeker] ) die niet veel goeds inhoudt.

[verzoeker]: dus u onderbreekt mij? Ik wil een wrakingsverzoek doen.

advocaat: ik verzoek schorsing om mij met cliënt te bezinnen op een wrakingsverzoek. U spreekt mijn cliënt aan over zijn tatoeages, mijn cliënt wenst dit niet en u insinueert zaken.” [2]

2.            Procedure

In Nederland dient sprake te zijn van onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak.[3] Uit hoofde van zijn aanstelling wordt een rechter vermoed onafhankelijk en onpartijdig te zijn [4]; een rechter dient zich niet te laten leiden noch beïnvloeden door persoonlijke opinies, voorkeuren of belangen.

Toch kan het voor komen dat er gedurende een procedure bepaalde zaken voorvallen die bij één van de partijen het vermoeden of de vrees doen ontstaan dat de rechter vooringenomen is, althans dat hij niet (langer) als onpartijdige rechter optreedt. In een dergelijk geval kan een advocaat overgaan tot wraking van de rechter[5], welk middel tot doel heeft dat de betreffende rechter(s) worden vervangen. Een verzoek tot wraking dient zich te richten tot één of meerdere specifieke rechters; het wraken van bijvoorbeeld een gehele rechtbank of gerechtshof is niet mogelijk.[6]

De (schijn van) vooringenomenheid of partijdigheid kan in feite betrekking hebben op alles wat plaatsvindt voorafgaand en gedurende de procedure: een opmerking van de rechter [7], opmerkelijk ‘amicaal’ gedrag van de rechter richting één van de partijen [8], suggestieve vraagstelling [9], bepaalde gekozen bewoordingen [10], lichaamshouding van een rechter [11] enzovoort. Eerdere betrokkenheid van een rechter bij een andere zaak van partijen kan eveneens reden zijn voor het indienen van een wrakingsverzoek.[12] Ook kunnen bepaalde omstandigheden die afzonderlijk niet een voldoende grond zijn voor wraking, in samenhang wel zwaarwegend genoeg zijn om het verzoek tot wraking toe te wijzen.[13]

Zuiver processuele beslissingen door de rechter (bijvoorbeeld het herhaaldelijk weigeren van een verzoek om pleidooi[14]) kunnen in beginsel geen grond vormen voor wraking: een discutabele procesbeslissing kan alleen een grond voor wraking opleveren wanneer deze beslissing “zozeer onbegrijpelijk is dat zij door vooringenomenheid moet zijn ingegeven”.[15]

Een wrakingsverzoek kan voorafgaand aan de zitting, tijdens de zitting en ook na de zitting worden ingediend. Een verzoek tot wraking dient te worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden waarop het verzoek berust, bekend zijn. Een korte tijd voor beraad is de advocaat daarbij overigens wel toegestaan, bijvoorbeeld om de één en ander te laten bezinken en om overleg te voeren met cliënt.[16] Het doen van een wrakingsverzoek na 8 dagen werd nog net aanvaardbaar geacht.[17] Een maand na het bekend worden met de feiten en omstandigheden een verzoek tot wraking indienen, wordt daarentegen niet acceptabel geacht.[18] Van belang is derhalve dat niet te lang wordt gewacht met het doen van een verzoek; anders bestaat het risico dat de verzoeker niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Nadat de rechter uitspraak heeft gedaan, kan er geen verzoek tot wraking meer worden ingediend: het instrument wraking kan niet worden gebruikt om een onwelgevallige uitspraak ongedaan te krijgen, hiervoor is men op andere rechtsmiddelen (hoger beroep bij het gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad) aangewezen.

3.            Wrakingskamer

Indien de betreffende rechter na het uitbrengen van het wrakingsverzoek niet uit zichzelf instemt met zijn vervanging, dan dient de wrakingskamer zich over het verzoek te buigen. De wrakingskamer bestaat uit drie rechters van hetzelfde gerecht, die dienen te beoordelen of de onpartijdigheid van de betrokken rechter(s) in het geding is (geweest) en of er vervanging dient plaats te vinden:

“Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak, de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van verzoeker is hierbij echter niet doorslaggevend.” [19]

Enigszins opmerkelijk aan de beoordeling door de wrakingskamer – en een veelgehoord kritiekpunt – is dat de rechters van eenzelfde gerecht [20] toetsen of de partijdigheid van hun directe collega’s in het geding is. In feite keurt de wrakingskamer daarmee zijn ‘eigen vlees’. Partijen die een verzoek tot wraking doen, hebben niet zelden het idee dat rechters elkaar daarbij de hand boven het hoofd houden. In dit idee lijkt een kern van waarheid te zitten: in 2014 waren er bijna 1,8 miljoen rechtszaken, vonden er 619 wrakingsverzoeken plaats en slechts 40 keer werd het verzoek om de rechter te vervangen, gehonoreerd.[21] Dat betekent dat in slechts 6,5% van de gevallen rechters de onpartijdigheid van hun collega’s in het geding achtten.

Overigens kan, indien een partij van oordeel is dat ook de rechters die onderdeel uitmaken van de wrakingskamer niet onafhankelijk of onpartijdig zijn, ook tegen deze rechters een wrakingsverzoek worden ingediend.[22] Ongelimiteerd gebruik van het middel wraking is echter uit den boze. Er kan sprake zijn van misbruik, wanneer herhaaldelijk een verzoek tot wraking wordt ingediend. Besloten kan worden dat in dat geval een volgend wrakingsverzoek niet meer zal worden behandeld.[23]

4.            Pilot externe wrakingskamer

In een poging om het vertrouwen in de wrakingsprocedure te versterken heeft de Raad voor de Rechtspraak onderzoek laten doen naar mogelijke herzieningen.

Momenteel loopt er in dit kader een in april 2014 gestarte pilot bij de gerechtshoven Amsterdam en Den Haag, die verwijzing naar de wrakingskamer van een ander hof mogelijk maken. Op die manier oordeelt de wrakingskamer van het hof Amsterdam over wrakingsverzoeken uit Den Haag en vice versa. Zodoende wordt voorkomen dat directe collega’s een oordeel hebben te geven over elkaars werkwijze en wordt de beslissing van de wrakingskamer mogelijk eerder geaccepteerd. De evaluatie van deze pilot laat nog even op zich wachten, maar behandeling door een wrakingskamer van een ander gerecht lijkt op het eerste oog een goede eerste stap om tot een beter functionerende wrakingsprocedure te komen.

Mr. J. den Dikken



[1] Afkorting voor “All Cops Are Bastards”
[2] Rechtbank Overijssel, 9 september 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:4258
[3] Mede op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 6) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (artikel 14)
[4] Rechtbank Overijssel, 15 oktober 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:4689
[5] In civiele zaken zie artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in strafzaken zie artikel 512 Wetboek van Strafvordering, in bestuursrecht zaken zie artikel 8:15 Awb
[6] Hoge Raad, 18 december 1998, NJ 1999/271
[7] Rechtbank Amsterdam, 5 oktober 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN9409, sub 3
[8] Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 december 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:7972, sub 7.6
[9] Rechtbank Amsterdam, 2 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BY1930, sub 2
[10] Rechtbank Noord-Holland, 10 maart 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:3885, sub 4.5
[11] Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 december 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:7972, sub 7.6
[12] Rechtbank Haarlem, 25 september 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1516. Bij dit wrakingsverzoek – dat werd toegewezen – was kantoorgenoot mr. M. Velsink betrokken
[13] Zie o.a. Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 december 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:7972, sub 7.11 en Rechtbank Haarlem, 4 april 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ0083, sub 6.5
[14] Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 9 september 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3521
[15] Zie o.a.: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 december 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:7972 en Rechtbank Midden-Nederland, 2 oktober 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:7308
[16] Rechtbank Amsterdam, 5 oktober 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN9409, sub 5.1
[17] Rechtbank Midden-Nederland, 2 oktober 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:7309
[18] Rechtbank Rotterdam, 8 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9840, sub 2.2
[19] Rechtbank Haarlem, 4 april 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ0083, sub 6.1
[20] Rechters van de rechtbank Amsterdam beoordelen de onpartijdigheid van de rechters van de rechtbank Amsterdam, rechters van de rechtbank Noord-Holland beoordelen de onpartijdigheid van de rechters van de rechtbank Noord-Holland enzovoort.
[21] Bron: https://www.rechtspraak.nl/Uitspraken-en-nieuws/Themas/Wraking
[22] Rechtbank Limburg, 9 april 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:7753
[23] Rechtbank Midden-Nederland, 17 januari 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BY8975, sub 4.3, 4.4. 


«Terug