Kinderalimentatie: De zorgkorting en toepassing ervan

2018-11-09

In het geval ouders uit elkaar gaan bestaat er, onafhankelijk van de vraag welke samenlevingsvorm zij hebben, een onderhoudsplicht tegenover de kinderen. Deze onderhoudsplicht is van openbare orde. Ouders kunnen in onderling overleg een onderhoudsbijdrage voor de kinderen overeenkomen of deze kan door de rechter worden vastgesteld. Hierbij is de behoefte van de kinderen en de draagkracht van beide onderhoudsplichtige (stief)ouders van belang.

Volgens de Tremanormen[1] mag een alimentatieplichtige een bedrag in mindering brengen op het aandeel dat hij/zij zou kunnen betalen vanwege kosten die gemaakt worden wanneer de kinderen bij hem/haar verblijven; de zogenaamde zorgkorting. Dit is een voordeel voor de niet-verzorgende ouder die een korting over het te betalen bedrag aan kinderalimentatie mag berekenen, voor de dagen dat de kinderen bij hem of haar verblijven en deze ouder aldus in de kosten van verzorging en opvoeding in natura voorziet. De gedachte hierachter is dat feitelijke zorgverdeling ertoe leidt dat de ouder, waar de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben, voor een deel (de dagen dat de kinderen bij de andere niet-verzorgende ouder zijn) niet in de behoefte van de kinderen behoeft te voorzien.[2]De zorgkorting wordt berekend middels een percentage over de behoefte.

Overeenkomstig het rapport alimentatienormen wordt de zorgkorting uitgedrukt in een percentage van de behoefte:

  • 15% bij gedeelde zorg op gemiddeld 1 dag per week;
  • 25% bij gedeelde zorg op gemiddeld 2 dagen per week;
  • 35% bij gedeelde zorg op gemiddeld 3 dagen per week.

De huidige zorgkorting is in de plaats getreden van het omgangsgeld van € 5,- per dag. De zorgkorting bedraagt in beginsel minimaal 15% van de behoefte van het kind (zoals door de ouders overeengekomen of af te lezen uit de Behoeftetabel 2018), omdat ouders onderling en jegens het kind het recht en de verplichting hebben tot omgang en in ieder geval tot dat bedrag in de zorg zou kunnen worden voorzien. Maken de ouders andere afspraken over de kosten- en zorgverdeling, dan kunnen zij andere percentages hanteren; ook de rechtbank kan worden verzocht om de vaststelling/hantering van een afwijkend percentage voor wat betreft de zorgkorting.

Geen toepassing zorgkorting 
Een zorgkorting wordt toegepast tenzij de draagkracht van de onderhoudsplichtigen onvoldoende is om in de behoefte van het kind te voorzien. Indien een tekort aan draagkracht bestaat, vermindert het tekort de zorgkorting. Na toepassing van de zorgkorting wordt het tekort gelijkelijk verdeeld over de onderhoudsplichtigen.

Ook in gevallen van voldoende draagkracht kan het voorkomen dat de zorgkorting uiteindelijk toch niet wordt toegepast. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf niet heeft (dus de niet-verzorgende ouder) zijn verplichting tot omgang of verdeling van de zorg niet nakomt of na kan komen omdat een omgangsregeling wordt ontzegd, althans niet wordt overeengekomen/vastgesteld door de rechtbank.

Zorgkorting louter over basisbehoefte

In sommige gevallen kunnen er naast de basisbehoefte van kinderen (denk aan de normale kosten zoals eten, drinken, sport, school etc.) nog bepaalde andere bijzondere kosten zijn zoals opvangkosten, medicijnkosten of kosten van huiswerkbegeleiding. Ook kan in dit kader gedacht worden aan de kosten van een privéschool of uitzonderlijk hoge sportkosten.  

 

In dit kader is van belang dat indien de bijzondere kosten rechtstreeks worden voldaan door de alimentatiegerechtigde, de niet-verzorgende ouder de zorgkorting alleen mag berekenen over de basisbehoefte en niet over de basisbehoefte te vermeerderen met de  bijzondere kosten: “De kosten van de omgang worden in aanmerking genomen als een percentage van de kale behoefte, dat wil zeggen de behoefte zonder rekening te houden met de oppaskosten, de zorgkorting” aldus het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in 2016.[3] Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kwam in een andere zaak in 2014 al tot deze conclusie: “De zorgkorting zal worden berekend over het eigen aandeel van € 338,- zonder de kosten van de medicijnen en kinderopvang, omdat deze kosten geheel voor rekening van de vrouw komen”.[4]


Het is van belang om alert te zijn op de vraag waarover de zorgkorting moet worden berekend, nu in de praktijk (zowel in de advocatuur als in de rechterlijke macht) blijkt dat niet altijd de juiste grondslag voor de zorgkorting wordt gehanteerd. 

 

Mr. Barbara Röpcke



[1] Rapport Expertgroep Alimentatienormen 2018.   

[2] Rapport Expertgroep Alimentatienormen 2018. 

[3] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:643, r.o. 5.22.

[4] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 juli 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:5868, r.o. 5.10.


«Terug